Beleggingsfonds of ETF: wat is het verschil?
Beide bundelen veel beleggingen in één product, maar ze verschillen in hoe je ze koopt, wat ze kosten en of er een beheerder keuzes maakt. Dat laatste verschil bepaalt in de praktijk het meeste.
Twee manieren om gebundeld te beleggen
Een beleggingsfonds en een ETF doen op het eerste gezicht hetzelfde: geld van veel beleggers samenvoegen en dat spreiden over talloze effecten. Het verschil zit in de manier van verhandelen en in wie de keuzes maakt.
Hoe je ze koopt
Een ETF staat op de beurs genoteerd en wordt de hele handelsdag verhandeld, net als een aandeel. Je ziet de koers live bewegen en je weet bij het plaatsen van je order ongeveer wat je betaalt.
Een klassiek beleggingsfonds werkt anders. Daar wordt eenmaal per dag een koers vastgesteld op basis van de waarde van alle bezittingen. Plaats je een order, dan weet je pas na afloop tegen welke prijs die is uitgevoerd.
Actief of passief
Dit is het verschil dat er het meest toe doet, al valt het niet exact samen met de indeling fonds of ETF.
De meeste ETF's volgen een index. Er is geen beheerder die aandelen uitkiest; het fonds koopt simpelweg wat er in de index zit. Dat is goedkoop, want er komt weinig menselijk werk bij kijken.
Veel beleggingsfondsen zijn actief beheerd. Een beheerder probeert de index te verslaan door bewust af te wijken. Dat kost meer — analisten, onderzoek, meer transacties — en dat verschil zie je terug in de lopende kosten.
Er bestaan ook indexfondsen zonder beursnotering en actief beheerde ETF's, dus de scheidslijn is niet absoluut. Kijk daarom naar wat een product feitelijk doet, niet naar het etiket.
Kosten wegen zwaar
Brede index-ETF's zitten vaak tussen 0,05 en 0,25 procent per jaar. Actief beheerde fondsen komen niet zelden boven 1 procent uit.
Dat verschil lijkt klein maar werkt door: kosten worden elk jaar opnieuw ingehouden, ook over het rendement dat je al had opgebouwd. Over een lange looptijd loopt dat op tot bedragen waar de meeste beleggers van schrikken. De kostenimpact-calculator maakt dat concreet.
Waar je op let bij de keuze
- Wat volgt het? Een brede wereldindex geeft meer spreiding dan een fonds dat op één sector inzet.
- Lopende kosten. Bij fondsen die dezelfde index volgen, is dit vaak het enige echte verschil.
- Uitkerend of herbeleggend. Herbeleggend scheelt transactiekosten en handwerk. Het effect daarvan zie je in de dividend-herbeleggingscalculator.
- Vestigingsplaats. Die bepaalt hoeveel buitenlandse dividendbelasting het fonds kan terugvorderen — zie dividendlekkage.
- Omvang van het fonds. Zeer kleine fondsen worden soms opgeheven, wat je tot een ongepland verkoopmoment dwingt.
Meer criteria staan in waar je op moet letten bij het kiezen van een ETF. Het onderscheid met losse aandelen komt aan bod in aandelen versus ETF's.
Samengevat
Een ETF handel je de hele dag, volgt meestal een index en is doorgaans goedkoper. Een klassiek beleggingsfonds handelt eenmaal per dag en is vaker actief beheerd, met hogere kosten en de kans dat de beheerder het beter of slechter doet dan de markt.
Welke past, hangt af van of je gelooft dat actief beheer die extra kosten waard is — en dat is een vraag waar geen algemeen antwoord op bestaat.